EpidemiologiePrevalentie bij VolwassenGebaseerd op een onderzoek onder de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar heeft 19,6% van de Nederlanders ooit in het leven last gehad van een angststoornis. Bij vrouwen komt een angststoornis vaker voor dan bij mannen; 23,4% van de vrouwen heeft ooit in het leven last gehad van een angststoornis, dit percentage is bij mannen 15,9%. Sociale fobie (9,3%) en specifieke fobie (7,9%) komen het meeste voor, gevolgd door de gegeneraliseerde angststoornis (4,5%) en paniekstoornis (3,8%). Agorafobie (0,9%) komt het minst voor (Nemesis-2, de Graaf et al., 2010) Prevalentie bij KinderenBij kinderen en jeugdigen komen angststoornissen relatief vaak voor. De prevalentie wordt geschat op 2% tot 6%, hierbij is 2% het meest waarschijnlijk. Het wordt nog wel eens onderschat in welke mate angststoornissen invloed hebben op het dagelijks leven. Angststoornissen hebben bij veel kinderen gevolgen voor het functioneren van het gezin, het functioneren van het kind op school en de sociale ontwikkeling van het kind. Op basis van onderzoek wordt gesuggereerd dat de kans op een psychiatrische aandoening op volwassen leeftijd veel groter is bij personen waarbij in de jeugd sprake was van een angststoornis. (Internet: landelijk kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie) |
||
![]() |
![]() |








